12 mei 2005

Europees Parlement legt budget 2007-2013 vast

Het Europees Parlement wil het uitgavenplafond voor het volgend meerjarenbudget (2007-2013) op maximaal 1,18 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) brengen. Daarmee duikt het Parlement onder de 1,24 procent die de Europese Commissie voorstelde. Dat verschil zou 47 miljard euro opleveren over de hele periode, op een totaal Commissie-pakket van 1.022 miljard euro. De besparingen zijn echter vooral fictief.

Het uitgavenplafond van het meerjarenbudget heeft een grote symbolische waarde. Op 15 december 2003 eisten de zes nettobetalers dat de betalingen maximaal 1 procent van het BNP mogen bedragen. Dat is circa 209 miljard euro minder dan de Commissie voorstelde.

Met de 1,18 procent doet het europarlement een stap in de goede richting. Of de hardliners van de club van zes - Nederland, Duitsland en Zweden - het voorstel van het parlement zullen slikken, is twijfelachtig. Daarvoor zit er te veel kunst- en vliegwerk en budgettaire spitstechnologie in.

De belangrijkste reden waarom het Parlement erin slaagde het BNP-plafond naar beneden te halen, ligt bij de presentatie. Alle reserve-, hulp- en noodfondsen die de Commissie braafjes in het financieel kaderplan opnam, haalde het parlement er weer uit. Ze staan nu in een aparte kadertje “gedebudgetteerd”. Dat levert een fictieve besparing van 0,3 procent van het BNP op.

Verder kiepert het Parlement het Europees Ontwikkelingsfonds opnieuw uit het meerjarenbudget. Ook in het huidig meerjarenbudget is dat het geval. Opnieuw is het dus een papieren besparing van 21,8 miljard euro, want nu al liggen de verplichtingen van het EOF voor 2008-2013 vast. Met die truk daalt het BNP-symbool nog eens met 0,03 procent.

Van de zogenaamde minderuitgaven van 47 miljard euro die het Parlement op papier zette, blijft uiteindelijk slechts 1,4 miljard netto over. In percentage van het BNP gaat het om een daling van 0,0015 procent.